Gedicht door stadsdichter: 'Razzia Beverwijk'

04 mei 2015, 19:38 Algemeen
natasja3
Beverwijk Nieuws / Dennis Mantz

Elk jaar staan wij twee minuten stil,

en stappen we uit mededogen en in vrije wil

even op die oever van oorlog

gebeiteld op de muur van stationsplein

hoe concreet nog kan dat lijden zijn?

Zijn er zinnen voor iets dat in de kern geen zin bezat,

en bestaan er wezenlijke woorden voor een oorlogsdaad?

Zoals er altijd water is op droge heide

en daarmee zin bevat

een concrete hoop, was er dat?

Want hoe kan een stad zich hervatten na zulk hoog verraad?

Was het woede, macht of pure haat

of verschoof het accent zoals een vroege ochtendmist

onzeker omdat vaders en moeders opgestuwd

sprak men als op pamfletten met titels als vermist?

Of was het zoals de zon achter de wolken schuilt

totdat de storm luwt,

hield Beverwijk stil en stond men in een hoek geduwd?

Ik denk, getergd door het idee

dat hun vlees en bloed, hun eigen jonge kracht

die net als hen nooit verder kwam dan wijk en werk,

een ondubbelzinnige cultuurshock werd gewacht

en niet langer de gebruikelijke gang naar kerk.

En dat het schuchtere gevoel van onvermogen

en vervlogen dromen bidden mogelijke maakte...

Door de maanden werden knagende gevolgen, rusteloze tijden

gelezen op besmuikt papier en vies van woorden

die niet met inkt werden geschreven.

De één herlas het lijden, de ander woestenij van opgevroren oorden

en voor sommige bleef het stil.

En het drong diep. Door de wetenschap dat de knapen, niet langer leken

naar het beeld van hun persoonsbewijs, hun harten koud en grijs

wachtte de Wijk op redding en teken.

En toen? Het verraad kreeg gezichten en die kwamen

bitter aan hun einde. Geschokt door het wederkeren

en het aanzien van feiten

een zeker treffen dat er verborgen veerkracht had gehuisd?

Om voor de inmiddels echte mannen eenparig recht te pleiten

uit te wissen dat ze er ooit waren ingeluisd.

En nu? Daar waar wij allen zwijgen, die twee minuten stil,

is de stad een klein moment weer aangetast

omdat één van die vroege jonge knapen toen al de ware aard beschreef,

de enigste zin, die de waarheid leeft:

De dood, die was een dagelijkse gast...

Natasja Vermoten

(function(d, s, id) {

var js, fjs = d.getElementsByTagName(s)[0];

if (d.getElementById(id)) return;

js = d.createElement(s); js.id = id;

js.src = "//connect.facebook.net/nl_NL/sdk.js#xfbml=1&version=v2.3";

fjs.parentNode.insertBefore(js, fjs);

}(document, 'script', 'facebook-jssdk'));