College wijst locaties opstelterrein af

Foto:

BEVERWIJK – Dit standpunt heeft het college overgebracht aan ProRail dat onderzoek doet naar een opstellocatie voor 75 treinen. In ca. 2020 voert de NS op het traject Uitgeest-Amsterdam het zogenaamde spoorboekloos rijden in. Gevolg daarvan is dat er in de spits heel veel extra treinen rijden, maar daarvoor en daarna moeten deze extra treinen ‘geparkeerd’ worden in de nabijheid van station Uitgeest. Daarom is ProRail op zoek naar een locatie waar 75 treinstellen gestald, schoongemaakt en onderhouden kunnen worden. 

Het onderzoek naar dit opstelterrein richtte zich eerst op twee locaties in Castricum en vier in Uitgeest. Op verzoek van de gemeenten Castricum, Uitgeest en Heemskerk zijn daar twee locaties aan toegevoegd: de Wijckerpoort en De Scheg, die deels in Beverwijk en deels in Velsen liggen.

ProRail neemt deze twee locaties mee in het onderzoek en heeft om die reden op donderdag 6 november een informatiebijeenkomst gehouden voor inwoners van Beverwijk in het Kennemer Theater.

Wat betekent een opstelterrein?

Het college van B&W van Beverwijk heeft laten uitzoeken wat een opstelterrein inhoudt. Het is een plek waar 10 sporen van minimaal 220 meter lengte kunnen liggen, met tussen elke 2 sporen een werkperron om de treinen schoon en rijklaar te maken. Er moet een werkgebouw met een laad- en losplaats komen en parkeerplaatsen voor schoonmaak- en onderhoudspersoneel, machinisten en conducteurs.
Als het opstelterrein op één van de twee locaties in Beverwijk komt, betekent dat heel veel extra treinbewegingen op het traject naar Uitgeest. ’s Morgens vroeg vóór de spits vertrekken de lege treinstellen van het opstelterrein naar Uitgeest en ’s avonds rijden ze weer terug. Na de ochtendspits wordt een deel van de wagons afgekoppeld en naar Beverwijk gereden; ’s middags gaan ze weer richting Uitgeest voor de langere avondspitstreinen.

Nadelen

Na kennis te hebben genomen van de eisen waaraan een opstelterrein moet voldoen, heeft het college in beeld laten brengen of het op één van de genoemde locaties in Beverwijk mogelijk en/of wenselijk is. De conclusie is dat:

  • de locatie Wijckerpoort te klein is. Bovendien past een opstelterrein niet bij de wens van het college om dit gebied op een positieve manier te ontwikkelen en zo de uitstraling van de entree van Beverwijk te verbeteren;
  • Het belemmert de aanleg van een fietsverbinding tussen Velsen-Noord en het NS-station, de vrije busbaan vanaf de Velsertraverse naar het busstation en de versterking van de groenstructuur rondom de verlengde Scheijbeek naar het Wijkeroogplantsoen.
  • De realisatie van woningen of andere bouw op de kavel Ankie’s Hoeve wordt bijna onmogelijk door geluids- en lichtoverlast van het opstelterrein.

Voor locatie De Scheg, de groene buffer tussen het spoor en de A22, geldt dat;

  • een toegangsweg voor het personeel moeilijk dan wel onmogelijk is aan te leggen;er veel bomen gekapt moeten worden, hetgeen niet past in de groene entree en uitstraling en de versterking van de groenstructuur van Beverwijk;
  • het gebied zijn functie als opvang en doorvoer van hemelwater naar de Pijp verliest;de gewenste aanleg van een voetgangerstunnel van het station naar de Parallelweg haast onmogelijk wordt;
  • de ontwikkelingsmogelijkheden van de kavel Wijckermolen belemmerd worden;
  • De Scheg een locatie is voor hoogspannings- en gasleidingen en voor kabels en leidingen van een mogelijk windmolenpark op zee.

Deze nadelen, gevoegd bij het feit dat er heel veel extra treinen gaan rijden zonder dat de Beverwijkse reizigers daarvan kunnen profiteren, heeft het college doen besluiten dat een opstelterrein in Beverwijk niet gewenst is.

Beverwijk, 6 november 2014.