Erbij horen in Heemskerk en Beverwijk: ‘hee hoi, hoe is het?’

Sri Lankaanse Mary: ‘Ik ken mijn buren alleen met een mondkapje’
Foto: Welschap

Op 4 november organiseerden Stichting Welschap Welzijn en Stichting Participatie Anderstaligen (SPA) de Dag van de Dialoog in ontmoetingscentrum de Stut in Heemskerk. Tien Heemskerkers en Beverwijkers, waarvan zeven elders geboren, spraken met elkaar over het thema ‘erbij horen’. Dat leverde mooie en soms schrijnende verhalen op.

Agaath (vrijwilligster bij SPA) legt voor de anderstaligen uit wat ‘erbij horen’ betekent: dat je gezien wordt, dat je jezelf mag zijn, dat je je thuis en veilig voelt. In deze Corona tijd kan dat lastig zijn, veel mensen zitten immers thuis. Hoe is dat voor de deelnemers?

Actie ondernemen
‘Je moet niet afwachten maar zelf actie ondernemen’, zegt de oudere Walther. 45 jaar woonde hij in IJmuiden maar vanaf de eerste dag in Heemskerk voelde hij zich thuis, zegt hij. ‘Ik ben een echte ezel geworden’. Hij kent er eigenlijk niet veel mensen ‘maar ik voel me verbonden’.

Henk uit Beverwijk herkent dit vanzelfsprekende gevoel van erbij horen. ‘Ik hoor er al 85 jaar bij, bijvoorbeeld door samen te sporten’. In 1984 keerde hij na lange tijd terug naar de regio waar hij was geboren en getogen, vanwege een nieuwe liefde. ‘Ik kwam in een warm bad’, verzucht Henk. De groep lacht hartelijk: ja door de liefde! Maar Henk bezweert: ‘in Beverwijk voel ik dat ik erbij hoor’.

Mondkapjes
Mary, pas twee maanden in Heemskerk, heeft dat gevoel nog niet. ‘Ik heb veel negatieve gedachten. Ik kwam in Corona tijd in Nederland, ik ken mijn buren niet eens. Ik zie ze alleen langslopen met een mondkapje’. De hoogopgeleide Sri Lankaanse gaat in afwachting van school wekelijks naar de Taalcarrousel. ‘Taal is zó belangrijk’, zegt ze.

Naast de nieuwkomers schaamt Priya uit Sri Lanka zich een beetje. Ze is al 19 jaar in Nederland maar Nederlands spreken blijft moeilijk, zegt ze, ook omdat ze niet veel contact heeft met Nederlanders. Ze wil graag vrijwilligerswerk gaan doen. ‘Met collega’s Nederlands praten, gezellig’.

Droom
“Hoe zien Heemskerk en Beverwijk eruit als iedereen erbij hoort”, vraagt Agaath. “Dan zit ik op school’, zegt de jonge, goedlachse Jostin uit de Dominicaanse Republiek beslist. Hij is pas acht maanden in Nederland. Ook is hij dan vaak in het park aan het basketballen met vrienden, fantaseert hij. ‘Hee hoi, hoe is het’, vragen ze. ‘O ja, en er is altijd zon’, grijnst hij.

‘In een ideaal Heemskerk doen we als de kinderen bij Sint Maarten’, zegt Mahboba, vrolijke ogen onder haar hoofddoek. ‘Iedereen is dan samen. Wij moeten ook zo’n mix van alle nationaliteiten zijn’.

Een mooie afsluiting, vindt Agaath. ‘Dat gaan we doen. We blijven elkaar zien en met elkaar praten, nu en in de toekomst.  Zodat iedereen het gevoel krijgt: ik hoor erbij’.

Meedoen met de Taalcarrousel? Neem contact op met: