Hondenbelasting: na 575 jaar eind aan hond als gemeentelijke melkkoe?

Foto: Pixabay

Hondenbelasting… het is weliswaar niet de hoogste belasting, maar ongetwijfeld de meest bediscussieerde. Immers: beargumenteer maar eens waarom je wel voor een hond belasting moet betalen, en niet voor een kat, konijn, cavia of papagaai. Is hier al eeuwenlang sprake van rechtsongelijkheid? Welnu, als het aan de huidige 2e Kamer ligt dan komt er nu, na 575 jaar, een einde aan de zo verguisde ‘blaftax’.

(tekst: Wim Meijer)

Belastingopbrengst voor mensen met een ‘hondenleven’
Om een klein beetje te kunnen begrijpen waarom er ooit is besloten om belasting te gaan heffen op het bezit van een hond moeten we dus bijna 6 eeuwen terug in de tijd. Om precies te zijn tot het jaar 1446. Toen werd in Utrecht de eerste hondenbelasting geheven… in de vorm van zout!  Dat voorbeeld werd gevolgd door Leiden. Jaren later ging men over op een geldheffing, waarbij de opbrengst (ook toen al) niet bestemd was voor honden (opruimen poep etc.) maar voor de armen. De gedachte hierachter was dat honden veel voedsel aten wat arme mensen tekort kwamen. Door hondenbezitters belasting te laten betalen kon er dus voorzien worden in voedsel voor de armen. Zo ging ooit in Amsterdam de opbrengst van de hondenbelasting naar het Weeshuis en in Den Bosch naar het ‘Gasthuis van den Heiligen Geesten’.

Engelse hondenbelastingzegel uit 1904 en Rotterdamse hondenpenning uit 1892 (foto’s: Wikipedia)

Hondsdolheid
Maar er waren meer redenen om hondenbelasting te heffen. Zo vormden honden ook een probleem voor de volksgezondheid. Hondenbelasting werd dan ook ingezet als middel om het bezit van honden enigszins aan banden te leggen en daarmee hondsdolheid zoveel mogelijk te beperken.

Hondenbelasting eerste wegenbelasting
Nòg een reden om hondenbelasting te heffen was het gebruik van de hondenkar. Al vanaf het begin van de 17e eeuw werd de hond ingezet als trekdier, maar vooral in de 19e eeuw en het begin van de 20e eeuw werd veel gebruik gemaakt van de hondenkar. Het heffen van hondenbelasting kreeg daardoor enigszins het karakter van een eerste vorm van wegenbelasting. Overigens is het gebruik van de hondenkar sinds 1962 bij ons verboden. Daarmee was Nederland wel het ‘stoutste jongetje van de klas’ want in landen als Frankrijk en Engeland was het gebruik van honden als trekdier al verboden in de 19e eeuw.

Alles nu niet meer relevant
Samengevat kunnen we stellen dat de hondenbelasting nooit echt ten goede is gekomen aan de hond, maar de besteding in ieder geval, zij het met enige creativiteit, nog zijdelings te maken had met onze trouwe viervoeter. Maar dat lijkt nu helemaal voorbij.

De hondenbelasting is namelijk geen bestemmingsbelasting. En dat betekent dat het geld ervan verdwijnt in de pot voor algemene middelen. Een gemeente kan dus hondenbelasting heffen, geen uitlaatplaatsen voor honden regelen, en de opruimplicht (en kosten) helemaal neerleggen bij de hondeneigenaar. En dat voelt niet helemaal eerlijk. Dat is dan ook de reden dat er al op diverse, soms subtiele manieren is geprobeerd om de hondenbelasting onderuit te halen.

Discriminatie en onethisch: Europese Hof de weg en de documenten kwijt
Zo diende de Duitse advocaat Elmar Vitt uit Salzhausen in 2012 een klacht in bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens met als eis de hondenbelasting af te schaffen. Hij beriep zich op het feit dat er sprake zou zijn van discriminatie, omdat de belasting niet geldt voor bijvoorbeeld katten, paarden en hamsters. Daarbij stelde hij zich op het standpunt dat het onethisch is om medeschepselen, door het fiscaal belasten, op één lijn te zetten met sigaretten, drank en het bezit van een tweede huis. Zijn klacht ging vergezeld van 120.000 handtekeningen van mensen die ageerden tegen de hondenbelasting. Dit zou toch voldoende moeten zijn voor het Europese Hof om er serieus naar te kijken.

Europees Hof voor de Rechten van de Mens (Foto: Wikipedia)

Halverwege 2013 bleek echter anders. Drie ‘cruciale, tijdgebonden en onvervangbare documenten’ bleken bij het Europese Hof verloren gegaan! Ondanks het feit dat de rechter toegaf dat de fout aan zijn kant lag werd de termijn, binnen welke de klacht behandeld moest worden, niet verlengd. Dit zou procedureel niet mogelijk zijn, en dus werd de klacht niet behandeld. Het is een understatement te zeggen dat advocaat Elmar Vitt hier een ‘katterig gevoel’ aan heeft overgehouden.

Baasjes-examen: sigaar uit eigen doos
Een recentere oplossing komt uit Oostenrijk Hondeneigenaren hoeven daar sinds 2012 geen hondenbelasting te betalen als zij een baasjes-examen afleggen. Op vrijwillige basis kunnen zij voor 25 euro eerst een schriftelijk examen afleggen, met vragen op het niveau van: “Als uw hond met zijn staart zwaait, is hij dan blij, opgewonden of verveeld?” Voor het praktijkgedeelte van het examen moeten baasjes, onder begeleiding van een examinator, met hun hond een wandeling door de stad maken.

Baasjes-examen (foto: Pixabay)

Ze moeten dan laten zien dat ze hun huisdier een muilkorf kunnen omdoen (wat daar in het openbaar vervoer verplicht is) en een demonstratie geven in het oprapen van de uitwerpselen. Alleen jammer dat die vrijstelling voor hondenbelasting slechts geldt voor één jaar. Tel daarbij op het feit dat de hondenbelasting in de Oostenrijkse hoofdstad in 2012 is verhoogd van € 43,60 naar € 72,- Dan moet je toch tot de conclusie komen dat ook dat ene jaartje vrijstelling een ‘sigaar uit eigen doos’ is.

Steeds meer gemeenten schaffen ‘blaftax’ af
Inmiddels blijkt bij veel Nederlandse gemeenten het besef doorgedrongen dat hondenbelasting eigenlijk niet meer van deze tijd is. Geen van de argumenten die ooit opgingen voor het heffen ervan bestaat meer. Inmiddels is bijna de helft van alle Nederlandse gemeenten afgehaakt (waaronder ook Amsterdam en 2018 ook Rotterdam) en van de gemeenten die nog volharden in het heffen van deze ‘blaftax’ is deze al in veel gevallen naar beneden bijgesteld. Het komt erop neer dat nu nog in 193 van de 352 gemeenten hondenbelasting wordt opgehaald. In totaal levert dat die gemeenten circa 50 miljoen euro op.

(foto: Pixabay / Wikipedia)

Afschaffen als compensatie voor poepzakjes en gehoorzaamheidstraining
Laat ik voorop stellen: als ik de klok 50 jaar terugzet dan zie ik mijzelf meerdere malen per week met hondenpoep aan mijn schoenen thuiskomen. In de jaren daarna werd ik, als enthousiast marathonloper,  regelmatig achterna gezeten door honden die mij niet alleen aardig vonden, maar in mijn kuiten ook een hapklare brok meenden te herkennen. Hoe anders is dat nu. De meeste hondeneigenaren nemen hun verantwoordelijkheid, gaan met de honden naar gehoorzaamheidstraining, ruimen de poep op en lijnen de honden aan waar dat gewenst is. Dit alles maakt het leven van alle stads- en dorpsgenoten een stuk prettiger.

Hoe redelijk zou het zijn om de hondeneigenaren die kosten maken voor gehoorzaamheidstrainingen en opruimzakjes tegemoet te komen door de hondenbelasting af te schaffen.

Welnu, dat moment lijkt dus dichtbij. Een meerderheid in de Tweede Kamer heeft al aangegeven voorstander te zijn van het afschaffen, waarmee er dus een eind lijkt te komen aan de  575 jaar oude traditie die ‘hondenbelasting’ heet.

Reacties